Tante Adri. Minks wekelijkse column 07-01-2015

  Naar het ziekenhuis voor controle, geopereerd, een paar weken kost en inwoning inclusief de lange nasleep. Vijfentachtig geworden, alle oude en nieuwe bekenden om je heen vallen weg. Nu ben ik aan de beurt, denk je meteen, maar nee hoor. Kees mag nog even gezellig wat na blijven in deze hoem-pa-pa-band des levens, met slechts één overgebleven musicus, de triangel-speler, ik dus. De zuster komt ons halen en terwijl ze af en toe taxerend naar mij kijkt, communiceert ze uitsluitend met mijn dochter. Eigenlijk zit ik er gewoon als Jan (ouwe) lul bij. Mijn dochter grijpt in en verteld dat ik er ook bij hoor (dat sarcastische heeft ze van mij). Ze vreest dat ik zal ontploffen door het ge-betuttel. Binnen een paar vragen is de sister act toch weer geheel op mijn dochter gericht en doet ze of ik een kleuter ben. Tsja, ff wennen, ben immers ooit kleuter geweest. Voor het vertrek zet mijn dochter me op een stoeltje in de aula van het ziekenhuis en gaat voor twee cappuccino met van die appel-enveloppen, lekker. Terwijl ik op haar wacht zie ik Adri, ze zit tegenover me. In de jaren zestig waren we buren. Met onze gezinnen veel gelachen, klaverjassen, verjaardagen, kerst, en nog veel meer. Met Sinterklaas bonsden we op elkaars deur, mooie tijd was dat. Ze is erg oud geworden, net als ik, ze ziet me niet, ik zwaai, maar geen reactie. “Adri” roep ik, ze reageert wederom niet, ik loop krakkemikkig op haar af, pak haar hand en knijp er licht in: ”Adri ik ben het Kees”. Ze kijkt me aan of ik een vreemde ben. Haar ogen dobberen diep in het traanvocht en de potloodstreepjes die haar wenkbrauwen vervangen, lijken haar kalend hoofd te accentueren. De begeleidster naast haar spreekt: “Laat maar meneer, ze merkt het niet meer”. In Adri’s ogen ontwaar ik een kille leegte. Haar eens zo aanstekelijke warmte is weg, er is daar niemand meer. Na terug te zijn gestrompeld plof ik onthutst neer in het smetteloos, koude ziekenhuisstoeltje. Ik voel me vervreemd en alleen, in deze wereld die ooit de mijne was. “Daar is de koffie” grapt mijn dochter wanneer ze het dienblad neerzet. Ik zeg niks en blijf verslagen naar Adri staren, “Die vrouw daar, dat is toch de oude buurvrouw; Tante Adri”. “ Oud wel, maar ze woont daar niet meer”, spreekt ik met matte stem. Tekstverantwoording: Mink Out.

Website by Splendit 2018

logo-1