MET INGANG VAN 28 APRIL IS HET TERRAS WEER GEOPEND OP WOE-DO-VR VAN 15:00 UUR TOT 22:00 UUR EN OP ZAT-ZON VAN 13:00 UUR TOT 22:00 UUR MITS HET WEER HET TOELAAT. EN RESERVEREN AAN DE DEUR. Vanaf vrijdag 25-6 worden de regels weer verruimd en is de sluiting voor genoemde dagen om 24:00 uur.

Niet met en niet zonder.

Joop was een tengere, kleine man. Hij had altijd zo’n lullig geruit boodschappentasje bij zich, met leren hengsels en koper ritsje. De inhoud was altijd het zelfde; een pakje magere melk, twee puntjes en een half ons kaas, daar hadden ze genoeg aan. De barvrouw praatte honderduit, terwijl ze zijn biertje aanreikte. Het was altijd even wennen, zijn priemende blik op haar pronte borsten. Ach, het deed geen zeer, en zijn humeur knapte er alras van op. Dagelijks snel twee biertjes, en weg was hij weer, deze zoon van Nederlands-Indië, die in de jaren vijftig met de Willem Ruys naar Nederland was gevlucht. Als Joop, een week later, zoals gewoonlijk, schielijk en schichtig het tweede biertje naar binnen probeert te werken komt Maarten binnen. Regelmatig (nadrukkelijk) aanwezig, maar wel een lekkere prater die je, al snel, betrekt in een goed gesprek. Zo ook bij Joop, in een mum zat hij vast in een vrolijke dialoog, mede op gang gehouden door de nodige gratis biertjes van Maarten. Naarmate woorden en bier rijkelijk vloeien, is er van haasten was geen sprake meer. Joop ontpopt zich, meer en meer, als een bevrijdde ziel, die zich geen zorgen meer maakt over de steeds sneller doortikkende wijzers, van klok aan de muur. Plots valt een donkere schaduw in het café. In de deuropening staat een dreigende imposante, Kenau-achtige vrouw in een lange zwarte jas met op haar neus een grote donkere zonnebril. Een ieder zwijgt, alleen Joop blijft door kwetteren totdat hij, gemaand door de aanhoudende stilte, omkijkt. Met haar armen in de zij en het hoofd in de nek, kijkt ze minachtend op Joop neer. Hij krimpt ineen en vreest overduidelijk haar toorn (zoek maar ff op) waarvan de woedende blik een onheilspellende voorbode lijkt. Bruusk wenkt ze met haar hoofd zo van: “Mee komen”. Hij grist zijn regenjas en het lullige tasje van de stoel en trippelt gedwee achter haar aan.Een cola tic alstublieft. Nog even op de plek, waar Joop altijd kwam, ik heb hem net begraven”. Ze is geen schim meer van de domina van weleer. Doet u nog maar zo’n cola tic, en nog één…… We hebben haar thuis gebracht en in een luie stoel gezet met de afstandsbediening in haar hand. Een maand of drie later hoorde ik van een buurtbewoner dat ook zij was heengegaan, ze miste hem………. niet met, maar ook niet zonder, elkaar. Tekstverantwoording: Mink Out.

Website by Splendit 2020