Als gevolg van de Coronacrisis zijn wij helaas nog gesloten… Maar We staan te trappelen, willen graag open, nog even geduld en dan gaan we weer. Blijf gezond en hopelijk tot snel…

Hij die niet bestaat. Minks wekelijkse column 4-6-2014.

Hij die niet bestaat. Minks wekelijkse column 4-6-2014. In een god geloven doe ik niet, de moeite van scholen, tehuizen en zomerkampen ten spijt. Zelfs de bijbelse stempeltjes en de prachtige glitter plakplaatjes in mijn schriftje van de zondagsschool bleken, achteraf, paarlen voor de zwijnen. Vroeger zat ik nog wel eens, voor het slapen gaan, op mijn knietjes met gevouwen handjes en gesloten oogjes een gebedje te zingen. Op school geleerd; mijn moeder vond dit devote gedrag alleen maar schattig, meer ook niet. Ze vertelde dit intiem ritueel aan een ieder die het, wel of niet, wilde horen, hetgeen mijn ontluikend macho-gevoel niet ten goede kwam. Maandagmorgen, tijdens de derde klas periode (groep 5 voor de wat nieuwere mensen onder ons), verplicht een psalmversje uit het hoofd op zeggen. Voor een toen al, vergeetachtig Minkie Out werd “de dag des Heere” niet echt een rustdag, zult u op de klompen aanvoelen. Na een zorgvuldige overleg met mijzelf kwam ik tot de conclusie dat het, bij nader inzien, toch niks voor mij was, zo’n godsdienst. Geloof in wat je wil, geen probleem, maar accepteer ook, dat ik er niet aan mee doe. Ondanks mijn ‘heidense’ inslag, heb ik regelmatig het idee, dat er iemand aan de touwtjes trekt, zeker in deze financieel slechtere tijden. Net of er een figuur is, die neemt en geeft. Zo, komt de bodem van mijn schatkist in zicht, vrees ik barre tijden, en net op tijd wordt me weer een kluifje toegegooid om door te gaan. Als ik dan ‘s-nachts in bed lig, praat ik denkbeeldig met hem, die niet bestaat. Dan zeg ik zoiets van: “Mocht je dan toch bestaan, wat natuurlijk niet zo is, dan mag je best wel wat meer gas geven, die rem heeft er nu wel lang genoeg op gezeten”. Het is alsof ik een soort van marionet ben; trekt hij, die niet bestaat, aan het touwtje, dan is het gewoon bewegen, geen gelul. En ik? Ik kijk angstig omhoog met de zweetdruppels op mijn voorhoofd, “Kan dat niet wat makkelijker” roep ik, naar boven. Maar hij hoort niks, want hij bestaat niet. Regelmatig geef ik, wat meer, voor een goed doel, ook als het me slecht gaat. Dit doe ik niet als een soort van aflaat maar gewoon omdat ik probeer aan mijn medemens te denken. Ik vermoed als hij, die niet bestaat, mij bij die gouden poort ziet rondhangen, over zijn baard en hart strijkt en zal zeggen: “Die Mink is eigenlijk wel een redelijk fijn gozertje, die de toegang weigeren, dat bestaat toch niet”. Tekstverantwoording: Mink Out.

Website by Splendit 2020