Grand Café de Conckelaer, zaalverhuur in Voorburg en Den Haag, borrel, diner of feest! - Pennenvruchten 3
img_normal_kdag-4.jpg

img_rookruimte.jpg

img_mink1.jpg

Opgedrongen vriend.

Jouw tijd was vervlogen en hing aan een zijden draad.
Op de motor naar de plek van mededogen.
Eerst een shot om je in slaap te brengen, nog maar één stap weg van de eeuwige leegte.
Al liggend op mijn schoot voel ik je laatste ademhalingen, je bent nog zo warm en dicht bij mij, maar je weet zelf niets van het einde dat zeker nadert.
Een deur zwaait open en de begripvolle arts gaat het laatste stukje leven uit je halen, we leggen je op de steriele tafel en naarmate de dodelijke vloeistof in je aderen wordt gepompt, voel ik dat het leven evenredig uit je weg vloeit.
Je stopt met ademen en hebt ons verlaten.
 
Dood en slap weer op de tank van de motor en gerold in een wollige handdoek met alleen je gezicht in de verfrissende regendruppels die zachtjes op jou, nog steeds open bolle ogen, neerkomen.
Tijdens deze rit een liedje van Robert Long voor jou (of voor mij): ''Flink zijn even flink zijn", nog geen traan bij mij, langzaam rijden wij voort, een statige rit ter ere van jou, tot voor de deur van het crematorium, naar binnen, en ik leg je zelf in de oven, met de handdoek zorgvuldig om je heen gewikkeld zonder dat er iets uitsteekt om je als het ware te behoeden voor de gruwelijke hitte die jouw lichaam straks zal doen schroeien.
Even met m'n hoofd in de oven om je mijn laatste knuffel te geven, wat een hitte nu al, ik trek mijn hoofd terug en zie je daar liggen in een eindeloze eenzaamheid, het medelijden treft mij hard, de zware deur gaat dicht en het vuur bijna aan, maar ik grijp nog even in; "Mag de deur nog even open" wederom zie ik jou daar en begraaf nog een keer mijn neus in jouw haardos, voor de allerlaatste keer snuif ik jouw lucht zo diep op alsof ik daarmee je geest in me op zou kunnen nemen. De deur sluit nu onverbiddelijk, de oven gaat aan en ik ben je kwijt.
Ik ren naar buiten, vergeet mijn helm, toch weer naar binnen in dit morbide maar toch zo noodzakelijke oord, daarna op de motor en tijdens het uitschreeuwen van een verdrietsbrul schieten de tranen over mijn wangen, wat een in en in wrede wereld is die waarin we leven, afscheid nemen van iemand die je lief hebt. De nog steeds frisse regendruppels troosten mijn gezicht zoals daarnet nog het zijne en lossen mijn zoute tranen op, het voelt alsof bij iedere druppel mijn verdriet vermindert.
 
Twee uur later haal ik het as op in een blikken busje met bloemetjes, we zetten het op de barplank tussen de Port en de Bacardi, de dag daarna strooien we het uit over de grafsteen van Sjaan en Toon(1), een erg leeg maar mooi einde.
 
Gegroet bent u doden die ons voor gingen, maar voelt u niet eenzaam want ook wij levenden komen er aan, tot dan, toch ????
 
Deze is voor onze opgedrongen maar nooit te vergeten vriend Danny(ons hondje).
 

(1) Toon en Sjaan waren onze buren en de eerste bezitters van ons hondje:'' Danny'', Sjaan heeft ons het hondje opgedrongen, ik wou hem niet, maar ze heeft me wel een lesje  geleerd, leef het leven, want dan pas zit je er midden in, ze had gelijk, ik heb veel plezier van die klootzak gehad.